Home » Diversen » Programmamuziek

PROGRAMMAMUZIEK

 

IN A MONESTERY GARDEN

Voor een juiste indruk van de muziek van Albert Ketèlbey, eerst wat uitleg over zogeheten ‘programmamuziek’.

Programmatische  muziek, in het Nederlands doorgaans 'programma-muziek' genoemd, is een vorm van muziek die een verhaal vertelt of iets uitbeeldt dat op literatuur, geschiedenis of natuur betrekking heeft. Het is muziek waarin zich een 'programma' of 'vertelling' ontvouwt. Dit in tegenstelling tot abstracte muziek, ook wel 'absolute muziek' genoemd.

Overigens kan de meeste programmamuziek ook als absolute muziek genoten worden: kennis van het programma is niet per se noodzakelijk om deze muziek te begrijpen en te waarderen.

Het genre is net zo oud als de geschiedenis van de muziek zelf. Al in de oertijd deden mensen natuurgeluiden na en gebruikten ze klank- nabootsingen. Het koekoek-motief, een hoge toon gevolgd door een lagere, is een van de bekendste elementen waaruit dit blijkt. Ook onweer, regen en storm werden al van oudsher geïmiteerd, evenals dierengeluiden.

Het gebruik van programmatische elementen kwam in de Middeleeuwen aanvankelijk minder vaak voor, omdat in de kerkmuziek het wereldlijke werd buitengesloten. Maar de ontwikkeling ging door. Vooral in de seculiere muziek werden veel programmatische elementen gebruikt.

In de barokmuziek werden programmatische elementen vaak gebruikt om gezongen teksten te accentueren. Dit noemen musicologen  tekst-uitbeelding. Voorbeelden zijn de imitaties van de 'haan die kraait' en de 'aardbeving' uit de ‘Matthäuspassion’ van Bach of de weersomstandig-heden in ‘De vier Jaargetijden’ van Vivaldi.

Programmamuziek werd pas echt een volwaardig genre in de late periode van het classisisme en de romantiek. 

  


Een bekend voorbeeld is de 'Schilderijententoonstelling' (1874) van Modest Mussorgsky. Mussorgsky schreef het zestiendelige werk voor piano na een bezoek aan een tentoonstelling van schilderijen van Viktor Hartmann. Maurice Ravel, een Frans componist, bewerkte de compositie voor symfonieorkest. In de muziekstukken wordt beurtelings een schilderij uitgebeeld. Deze worden verbonden door een diverse malen terugkerende ‘Promenade’. In deze promenades vertolkte Mussorgsky de gevoelens van de toeschouwer die nog na peinst over wat hij heeft gezien terwijl hij naar een volgend schilderij loopt. Die slenterende gang wordt in een onregelmatige maatsoort  weergegeven. 

 


'Carnaval der Dieren' van de Fransman Camille Saint-Saëns, geschreven in 1887, is een veertiendelige compositie waarin verschillende karakters, vooral dieren, beschreven worden. Het bekendste en meest geliefde stuk hieruit is 'Le Cygne' (De Zwaan). Je ‘ziet’ hem statig over het water drijven, uitgebeeld door de cello. In de piano klinkt het zachtjes kabbelen van het water.

 


Bedrich Smetana schrijft in 1874 cyclus van zes symfonische gedichten: ‘Ma Vlast’. Het tweede gedicht, ‘Vltava’ (De Moldau) behoort tot de beroemdste voorbeelden van programmamuziek en beschrijft in diverse fragmenten de loop van de Moldau vanaf zijn bronnen tot de monding in de Elbe.

De scènes in het stuk: 00:00 Ursprung der Moldau - 02:39 Jagdszene am Rande der Moldau - 03:41 Bauernhochzeit am Ufer der Moldau - 05:10 Nymphenreigen - 08:51 St. Johann Stromschnellen - 10:07 Prag

 


Een ander, wel heel leuk voorbeeld is 'De Tovenaarsleerling' van Paul Dukas (1865-1935). Walt Disney heeft ooit op amusante wijze deze muziek in beeld gebracht door  zijn animatiefilm met in de hoofdrol Mickey Mouse te creëren. Let wel: het lijkt alsof de film er eerst was maar het is juist omgekeerd.


En nog eentje: ‘Flight of the Bumblebee’ (Vlucht van de Hommel) van Rimsky Korsakof (1844-1908). Wat een irritant beest is dat, zeg! 

 


Zeker vermeldenswaard zijn de 6e Symphonie van Van Beethoven (de Pastorale) en de Symphonie Fantastique van Berlioz.

Maar zo kan men nog wel uren doorgaan. Dit alles om aan te geven in welke hoek we het bij ‘In a Monastery Garden’ oftewel ‘In een Kloostertuin’ moeten zoeken.

  


Albert William Ketèlbey (1875-1959)

 

Deze Engelse componist, dirigent en pianist komt er in officiële muziekboeken vaak bekaaid vanaf, of wordt zelfs in het geheel niet genoemd. Men pleegt hem te betitelen als schrijver van lichtklassieke muziek, maar composities als 'In a Persian Market’ en ’In a Chinese Temple Garden’ doorstaan de kritieken van gesettelde klassieke recensenten. Overigens schrijft de componist vooral programmamuziek. In het geval van Ketèlbey over landen, steden en bijzondere plaatsen.

Als jongetje van elf jaar oud schrijft hij een pianowerk dat door de grote componist Sir Edward Elgar (1857-1934) hemelhoog geprezen wordt. Elgar gelooft in een gouden toekomst voor het wonderkind Ketèlbey.

Als uitvoerend musicus oogst Ketèlbey als multi-instrumentalist eveneens lof en wint hij diverse internationale prijzen. Zestien jaar oud, word hij aangesteld als kerkorganist. In diezelfde periode start hij een loopbaan als pianist.

De twintig gepasseerd, begint hij zich te interesseren in het dirigentschap. Aanvankelijk krijgt hij de leiding over lichtklassieke orkesten, maar geleidelijk aan verwerft hij een reputatie als volwaardig musicus. Verschillende internationale orkesten, waaronder het Amsterdamse Concertgebouworkest, hebben onder zijn leiding gestaan.

Zoals gezegd: programmamuziek. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij in zijn tijd veel succes heeft met het componeren van filmmuziek voor de -toen nog- stomme film. Tientallen bioscoopfilms worden door hem van muziek voorzien. Dit dateert uiteraard alles uit een tijd dat de filmindustrie nog in de kinderschoenen staat. Eigenlijk is filmmuziek het omgekeerde van programmamuziek. Want nu is er als eerste de film, waarbij de muzikant op piano of theaterorgel al improviserend en componerend de juiste klankeneffecten en melodieën bedenkt die aansluiten bij de scènes op het witte doek. Later wordt die muziek opgenomen en standaard aan de desbetreffende film toegevoegd.

 


In het nog geen 10 minuten durende muziekstuk ‘In a Persian Market’ (Op een Perzische Markt) uit 1920 voor koor en orkest (oorspronkelijk voor piano) zijn we getuige van volksmuziek waarin een karavaan kameeldrijvers een markt aandoet en kennismaakt met de drukte van een stad: jongleurs, slangenbezweerders, bedelaars. Er verschijnt zelfs een prinses. Een folkloristisch, exotisch spektakelstuk. 

 


En dan tenslotte: ‘In a Monastery Garden’, Ketèlbey's meest beroemde werk. Zoals een schilder zijn onderwerp op het canvas vastlegt, zo creëert hij een omgeving van serene rust in een kloostertuin. Het klooster wordt beschreven, je hoort de vogels kwinkeleren in de bomen. Vaak wordt daar speciaal een kunstfluiter voor aangesteld, al voldoet een simpel kinderfluitje met water ook prima. Uit de kapel klinkt een Gregoriaanse zang van de monniken. Elders, op de achtergrond, luiden de klokken. Een sfeer, een stemmingsbeeld. Het stuk wordt veelal door orkest uitgevoerd en ook de koorversie is zeer geliefd, vooral bij het wat oudere publiek.

De Nederlandse tekst doet in onze hedendaagse oren wat gezwollen aan en stamt nog uit de tijd dat men ‘schoone’ met twee oo’s schrijft. Dit doet echter niet af aan de sfeer van dit stuk dat in een geschikte ambiance zeker tot zijn recht zal komen, mits wij met ons allen de devote klank weten te vinden.

 


Niet de mooiste uitvoering maar wél door de Maestro zelf gedirigeerd en overgenomen van een 78-toerenplaat.